Innovatieregelingen

Toegang tot innovatieregelingenIn Nederland hebben we drie generieke fiscale innovatieregelingen: WBSO, RDA en Innovatiebox. Hiervan is vooral de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) voor startups interessant. Deze regeling vergoedt een deel van de loonkosten van personeel dat onderzoek doet. De andere twee regelingen zijn alleen van toepassing voor bedrijven die winst maken en dat doen veel startups nog niet. Overigens kan deze groep ook vaak maar beperkt gebruik maken van de WBSO. Ze hebben vaak nog niet zo veel personeel in dienst en het aanvragen van de vereiste Speur- en Ontwikkel-verklaring (S&O-verklaring) kost veel tijd of zelfs een gespecialiseerd bureau. Die tijd en geld steken zij vaak liever in hun onderneming.

Momenteel zijn de WBSO, RDA en innovatiebox aan elkaar gekoppeld via de S&O-verklaring. Dit is nadelig voor bedrijven die niet op voorhand WBSO hebben aangevraagd, toch innovatief zijn, maar door het ontbreken van een S&O-verklaring geen gebruik kunnen maken van de innovatiebox. Ervaring leert dat samenwerking tussen bedrijven of samenwerking van bedrijven met onderzoeksinstellingen het aanvragen van WBSO ingewikkeld en complex maakt. Terwijl samenwerking juist gestimuleerd zou moeten worden.

In het topsectorenbeleid werken kennisinstellingen, bedrijven en overheid samen in nieuwe en innovatieve projecten. Startups kunnen daarin van toegevoegde waarde zijn. Helaas is hun deelname nog te beperkt. Hun beperkte financiële armslag is bijvoorbeeld een belemmering: het topsectorenbeleid gaat uit van een financiële participatie. Veel startups hebben niet altijd die financiële middelen, maar hebben wel mensen, middelen en ideeën om in te inzetten. Door hen toe te staan dit in te zetten in plaats van geld –oftewel een bijdrage ‘in kind’- wordt het topsectorenbeleid toegankelijker voor startups. En de topsectoren worden hierdoor innovatiever en dynamischer. En dat is geen overbodige luxe.

Hoewel de naam ‘innovatiekrediet’ anders doet vermoeden, is het innovatiekrediet feitelijk een subsidie, die alleen terugbetaald hoeft te worden bij het succesvol zijn van de innovatie. Door de subsidievorm kunnen ondernemers echter in de knel komen met Europese regelgeving om het verstrekken van staatssteun tegen te gaan. Daarnaast maken jaarlijks slechts zo’n 40 ondernemers gebruik van het innovatiekrediet.

Graag verbeteren wij de toegankelijkheid van innovatieregelingen voor startups. Wij doen daarom de volgende voorstellen.

Voorstel

  • Maak de aanvraag van de S&O-verklaring eenvoudiger en koppel hem los van de WBSO. Nu hebben ondernemers vaak intermediairs nodig om de procedure te doorlopen. Integreer de aanvraagprocedure van de S&O-verklaring in het digitale ondernemersplein. De S&O-verklaring wordt vervolgens het keurmerk voor innovatieve ondernemers bij diverse overheidsregelingen, onder meer bij de Belastingdienst.
  • Behoud de WBSO en de RDA bij de uitwerking van in de winstboxplannen. Deze fiscale instrumenten werken goed en zijn van groot belang voor innovatieve bedrijven, in het geval van de WBSO ook als het bedrijf nog geen winst maakt.
  • Verleng de 1e schijf van de WBSO van €200.000 naar €250.000. Dit is conform het Belastingplan.
  • Biedt in de WBSO-aanvraag ruimte voor flexibiliteit: in sommige sectoren gaan de innovaties zo hard dat ze niet of nauwelijks 6 maanden van te voren te voorspellen zijn. Zorg voor beoordelaars van WBSO-aanvragen met kennis van zaken in de betreffende sector.
  • Behoud voor ondernemers die onder de inkomstenbelasting vallen de S&O-aftrek in de winstboxplannen.
  • Zet de regeling voor innovatiekrediet breder in, door én het minimum investeringsbedrag te verlagen én het krediet voor startups van toepassing te laten zijn op de gehele bedrijfsfinanciering (in plaats van alleen de project-gerelateerde kosten). Maak van het innovatiekrediet ook daadwerkelijk een krediet, in plaats van een subsidie. Dit om stapeling van overheidssteun te voorkomen.
  • Zorg dat licenties die door TNO worden uitgegeven ook binnen de regels voor de innovatiebox vallen. Als het intellectueel eigendom door TNO is aangevraagd betreft het immers pre-competitieve kennis en zou de uitwerking van die kennis door bedrijven met een licentie onder innovatie moeten vallen.
  • Zorg dat startups ook ‘in kind’ kunnen bijdragen aan het topsectorenbeleid. Zij hebben niet altijd de middelen om financieel deel te nemen, maar kunnen vaak wel mensen en ideeën inzetten. Hierdoor wordt het topsectorenbeleid toegankelijker voor startups.
  • Zorg dat de Topinstituten voor Kennis en Innovatie (TKI’s) actief startups betrekken bij de roadmaps die zij opstellen. Koppel (bestaande) incubators aan de verschillende topsectoren en doorsnijdende thema’s.
  • Verhoog het percentage van de TKI-toeslag naar 40% voor de eerste € 20.000 die MKB’ers bijdragen. Dit is vooral voor startups een prikkel om deel te nemen aan het topsectorenbeleid.
  • Ontzie de MKB-innovatiestimulering Topsectoren (MIT) en de WBSO in de uitwerking van de herschikking van middelen voor het bedrijfsleven, zoals voorzien vanaf 2015 in het begrotingsakkoord.
  • Maak steviger werk van de rol van overheid als launching customer. Leg daarom de regie bij het ministerie van EZ en versterk het mandaat. Nu stranden innovatieve producten en diensten vaak bij conservatieve inkoopafdelingen van ministeries of diensten.