Kapitaal

Toegang tot kapitaalHet verkrijgen van voldoende startkapitaal is voor veel startups een struikelblok. Banken zijn de laatste jaren veel voorzichtiger geworden met het verstrekken van leningen. Uit de Financieringsmonitor 2013 van Panteia blijkt dat bij 42% van het kleinbedrijf de gezochte financiering door de bank wordt geweigerd. En uit het recente rapport van het World Economic Forum (WEF) blijkt dat Nederland fors is gedaald in de internationale ranglijst als het gaat om kredietverlening aan het MKB. Dit heeft onder meer te maken met de verscherpte eisen aan banken ten aanzien van het aanhouden van voldoende buffers. Deze afnemende kredietverstrekking zorgt ervoor dat startups steeds afhankelijker zijn van informele investeerders en zogenoemde business angels. Maar veel innovatieve starters weten de weg nog niet te vinden naar deze alternatieve financiers. Daarbij zijn de garantieregelingen vanuit het ministerie van EZ ook nog te veel toegesneden op banken en participatiemaatschappijen in plaats van deze nieuwe financiers

Het gebrek aan financiering uit zich vooral in de eerste fase van een onderneming, vanaf de start tot aan de periode waarin er voor het eerst omzet wordt geboekt. In die fase wordt er geld uitgegeven, maar komt er nog niets binnen. En het potentiële succes is daardoor nog onzeker. Vooral voor die fase is er een sterke behoefte aan financiering, door private financiers. Een handje hulp van de overheid, via een groeifaciliteit die ook openstaat voor andere financiers dan banken en participatiemaatschappijen kan daarbij erg behulpzaam zijn.

Het kabinet is zich bewust van de problematiek. Via extra maatregelen probeert zij de financiering van bedrijven op gang te brengen met daarbij een prominente plaats voor innovatieve starters. De pilot om de BMKB-regeling ook open te stellen voor niet-banken is een belangrijk stap in de goede richting. Ook het uitbreiden van de Garantie Ondernemingsfinanciering voor nieuwe aanbieders van MKB-financiering helpt bij het verbreden van het financieringslandschap.
Er wordt in 2013 een pre-seed regeling geopend, in samenwerking met regionale overheden. De vraag is wel of dit revolverend fonds van € 75 miljoen, voldoende zal zijn om ook voor de toekomst private investeerders over de streep te trekken en het financieringslandschap substantieel te verbreden met private investeerders.

Heb kabinet stelt in 2013 € 125 miljoen extra beschikbaar om de toegang tot financiering voor bedrijven te vergroten, voornamelijk het MKB:

  • € 75 miljoen voor twee nieuwe financieringsinstrumenten. Eén daarvan steunt innovatieve starters en doorgroeiers. De andere richt zich naar aanleiding van een voorstel van de VVD-fractie op business angels, om starters en kleine bedrijven een betere toegang te bieden tot durfkapitaal.
  • € 30 miljoen voor microfinancieringsorganisatie Qredits.
  • € 10 miljoen voor de oprichting van de Nederlandse Investeringsinstelling (NII). Een gezamenlijk initiatief van het Rijk en marktpartijen dat zich richt op projecten die tegen marktconforme condities financierbaar zijn, maar om verschillende redenen niet aan de gewenste (bancaire) financiering kunnen komen.
  • € 5 miljoen voor de tijdelijke verruiming van de regeling Borgstelling MKB-kredieten (BMKB).
  • € 5 miljoen voor o.a. financiële en organisatorische ondersteuning van alternatieve financieringsvormen als crowdfunding en kredietunies.

Een bijdrage aan een structurele oplossing hiervoor voor de langere termijn is om informele (private) investeerders fiscaal te stimuleren om te investeren in innovatieve startups. Voor de invulling daarvan zien wij de volgende mogelijkheden:

  1. Een vrijstelling van de box3-heffing voor investeringen in durfkapitaal tot € 100.000,-.
  2. Een durfkapitaalregeling gebaseerd op de voormalige Tante Agaath-regeling (met een vrijstelling van de vermogensrendementsheffing tot max. € 60.000,- en een heffingskorting van 0,75% over het vrijgestelde bedrag).
  3. Een regeling als de SEIS-regeling in het VK (Seed Enterprise Investment Scheme; www.hmrc.gov.uk/seedeis) in de Nederlandse situatie. Waarbij investeerders een vrijstelling krijgen van de inkomstenbelasting van 50% van het bedrag waarvoor aandelen worden gekocht in een startup, met een maximum van 100.000 euro. Hiernaast is er een volledige vrijstelling van de winstbelasting als de verkregen winsten door verkoop van aandelen uit startups direct geherinvesteerd worden in nieuwe SEIS-aandelen. De eisen die aan deze regeling worden gesteld is dat het bedrijf waarin geïnvesteerd wordt een startup is, gevestigd in het VK, minder dan 25 werknemers heeft en waarvan de bezittingen de £ 200.000 niet overschrijden. Ook mogen deze startups in totaal maar voor maximaal £ 150.000 aan SEIS-investeringen ontvangen.

Naast deze fiscale maatregelen is er ook nog ruimte voor verbetering in het bestaande financiële instrumentarium. In Nederland is er een Seed Capital-regeling die zich richt op startups in uiteenlopende sectoren. Een groot aantal seed-fondsen maakt graag gebruik van de regeling. Zij constateren echter dat de investeringsdynamiek binnen sectoren sterk verschilt. De ICT is in dit opzicht bijvoorbeeld echt anders dan medische technologie, waar de time-to-market kan oplopen dat 10 jaar. Deze verschillen in sectoren vragen om meer maatwerk in de Seed Capital-regeling. Zo zijn de maximuminvesteringsbedragen in sommige sectoren te laag, waardoor ze niet kunnen door investeren in een startup. De regeling moet daarom flexibeler worden ingericht en meer recht doen aan de diversiteit van startups. Dit door onder meer de maximuminvesteringsbedragen in de ene sector te verhogen en in een andere sector juist te verlagen. Ook de looptijd van de fondsen zou ruimte moeten bieden voor maatwerk per sector.

Door de rendementseisen die het Rijk stelt aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen kunnen zij niet of nauwelijks investeren in innovatieve startups en blijft er geld op de plank liggen bij de ROM’s.

Graag maken wij het verkrijgen van krediet gemakkelijker voor startups. Wij denken dat de volgende voorstellen daarin kunnen bijdragen.

Voorstel

  • Zet in op verdere groei van crowdfunding en kredietunies. Er wordt al werk verricht op dit gebied, maar de groei van deze vormen van financiering gaat nog langzaam. Ondernemers zijn vaak nog niet bekend met deze vormen van alternatieve financiering. Zorg daarom voor meer aandacht en bekendheid, bijvoorbeeld via de Ondernemerspleinen.
  • Stel de BMKB-regeling definitief open voor niet-banken, zoals kredietunies.
  • Breng meer flexibiliteit in de Seed Capital-regeling. Bekijk daarbij de mogelijkheden om te differentiëren in de maximuminvesteringsbedragen per sector, de maximumbedragen per tranche te verhogen, de definitie van startup niet afhankelijk te laten zijn van een oudere moederholding, de regeling open te stellen voor holdings, de maximale looptijd van 12 jaar onder voorwaarden te verlengen, rente te accumuleren en mee te converteren met de hoofdsom, meer flexibiliteit in het al dan niet achterstellen van een lening op te nemen in de regeling.
  • Verruim de rendementseisen voor de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s), waardoor deze gemakkelijker kunnen investeren in meer risicovolle innovatieve projecten en startups. Nu heeft het rijk het investeringsbeleid van de ROM’s behoorlijk strak gedefinieerd, waardoor niet al het geld dat beschikbaar is, geïnvesteerd kan worden. Hierdoor ligt er bij de ROM’s geld op de plank.
  • Betrek naast NWO/STW ook incubators en accelerators bij het vroegefaseinstrument dat in de septemberbrief over ondernemingsfinanciering wordt voorgesteld. Zij bieden immers begeleiding aan startende ondernemers. Stimuleer daarbij informal investors om deel te nemen aan dit instrument. Dit creëert extra massa en brengt de ratio van de markt in het instrument.
  • Voor de langere termijn: Maak een doorrekening van de kosten en een overzicht van de uitvoeringsmogelijkheden van het fiscaal faciliteren van investeringen in durfkapitaal in startups. Reken daarbij de onderstaande drie varianten door:
  1. een vrijstelling van de vermogensrendementsheffing tot € 100.000 voor investeringen in durfkapitaal,
  2. een durfkapitaalregeling gebaseerd op de voormalige Tante Agaath-regeling
  3. een regeling zoals de SEIS-regeling in het VK.

Deze varianten kunnen worden beperkt tot startups met een S&O-verklaring. Maak daarnaast een doorrekening van de budgettaire effecten van iedere variant wanneer die generiek –voor alle investeringen in durfkapitaal- zouden worden ingevoerd.