Fiscus

Toegang tot de fiscusVeel startende ondernemers klagen over de btw-aangifte. Deels terecht, maar deels ook vanuit onvoldoende kennis over de mogelijkheden die de Belastingdienst biedt om maatwerk te kunnen leveren. Het zou daarom goed zijn als de Belastingdienst meer werk maakt van een goede voorlichting aan startende ondernemers over het btw-systeem en de mogelijkheden voor bijvoorbeeld kwartaalaangiften, uitstel van aangifte en het kunnen terugvragen van afgedragen btw bij niet-betaalde facturen.

Verder is de boete fors als de datum voor btw-aangifte wordt overschreden. Daartegenover staat dat de teruggave van de btw soms lang op zich laat wachten. Meestal geschiedt die binnen een aantal weken, maar soms kan die vele weken tot maanden duren. Al die tijd kunnen bedrijven niet over geld beschikken dat hen toekomt. Voor startups die vaak weinig financiële armslag hebben is dit erg nadelig. Zoals er ook een maximumbetalingstermijn is voor overheden zou er ook een maximumtermijn voor btw-teruggave moeten zijn.

Inkomstenbelasting
De bestaande fiscale startersregelingen zijn gebaseerd op de inkomstenbelasting en gelden voor eenmanszaken en VOF’s. Door de komst van de flex-bv kiezen veel innovatieve starters er voor om direct een BV op te richten. Het voordeel hiervan is dat zij hierdoor risico’s beter kunnen afdekken en zodra zij groeien, baat hebben bij het gunstige tarief in de Vennootschapsbelasting (Vpb). Nadeel is wel dat daardoor de startersaftrek en zelfstandigenaftrek niet op hen van toepassing zijn.

Startups geven werknemers graag aandelen in hun onderneming. Handig wanneer de startup nog bezig is met het op poten zetten van het bedrijf en er nog weinig cash-flow is. In ruil voor een lager salaris krijgen werknemers aandelen, waarmee ze delen in het risico, maar ook in de winst en eventuele waardestijging van de onderneming. Ondernemers krijgen hierdoor meer betrokken werknemers en lagere salariskosten. Werknemers voelen zich als mede-eigenaar meer gewaardeerd en betrokken en doen een stapje extra waarmee de kans op succes van de startup groter is.

Het knelpunt bij het geven van aandelen is dat deze worden gezien als loon in natura, waarover direct inkomstenbelasting moet worden betaald. Ook al is er bij dit type bedrijven een meer dan reëel risico dat deze aandelen uiteindelijk niets waard blijken te zijn. Hiernaast zijn er bezwaren als het moeten voorfinancieren van de belasting. Een andere behandeling is daarom wenselijk.

Idealiter is een startup in staat om de beste mensen aan te trekken met een laag salaris en daarnaast een aandelenbelang in het bedrijf zodat ze kunnen meedelen in het succes. De werknemer is daarmee een investeerder, en moet ook als zodanig behandeld worden. Het voorstel zou dan ook zijn om de inkomstenbelasting pas te heffen op het moment van verkoop van de aandelen of na maximaal drie jaar. Op deze manier blijft het geven van de aandelen gewoon loon in natura, maar doe je wel recht aan het risico dat de werknemer heeft genomen door akkoord te gaan met een lager salaris en de kans dat de aandelen uiteindelijk niets of minder waard zijn en voorkom je cashflowproblemen bij de werknemer. Een dergelijke aanpassing kan meteen een groot effect kan hebben op de mogelijkheden van startups, zonder dat dit de overheid geld kost. Een extra langetermijneffect is dat veel werknemers die op deze manier meegedeeld hebben in het succes, op hun beurt ook gaan ondernemen met het geld dat ze verdiend hebben. Dit voedt het startup-ecosysteem.

De gebruikelijkloonregeling vereist dat de DGA en eventuele medewerkers die een aanmerkelijk belang hebben (meer dan 5% van de aandelen) een loon krijgen dat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van het werk. Dat is minimaal € 43.000. Als zij wel minder dan dit gebruikelijkloon krijgen uitbetaald, dan moet het verschil als loon in de administratie worden verwekt en daarover loonheffing worden afgedragen. Dat verschil is het zogenoemde fictieve loon: de werkgever betaalt het niet werkelijk uit, maar betaalt wel de loonheffing.

Startups lopen ook aan tegen de gebruikelijkloonregeling. De regeling voorkomt dat de directeur-grootaandeelhouder (DGA) zich een zo laag mogelijk loon uitkeert om zo meer winst via de relatief lage vennootschapsbelasting te belasten. Vanuit de het perspectief van fraude dus een begrijpelijke regeling. Maar voor startups een knelpunt: het gebruikelijkloon is vaak hoger dan het loon dat zij zich daadwerkelijk kunnen uitkeren. Ze maken bovendien de eerste jaren nauwelijks winst, waardoor ze nog niet profiteren van de relatief lage vennootschapsbelasting.

Bij de toepassing van de gebruikelijkoonregeling zou voor innovatieve startende ondernemers die direct voor de bv-vorm kiezen (iets wat sinds de invoering van de flex-bv steeds vaker voorkomt) een verlaging van het gebruikelijk loon tot het niveau van het minimumloon voor de eerste 2 jaar van de onderneming een uitkomst zijn. Hierdoor ontstaat een meer gelijke behandeling ten opzichte van starters die voor de rechtsvorm van een eenmanszaak of VOF kiezen en daarmee een startersaftrek krijgen. Hierdoor wordt het voor startups nog aantrekkelijker een bv te starten. Het beroep op de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek zal hierdoor wat omlaag gaan. Om misbruik te voorkomen kan de S&O-verklaring die innovatieve starters aanvragen bij AgentschapNL als toegang dienen tot deze uitzondering voor innovatieve starters.

Flex-bv: sinds 1 oktober 2012 zijn de regels omtrent het oprichten van een besloten vennootschap (bv) aangepast. Deze ondernemingsvorm is veel toegankelijker gemaakt voor startende ondernemers via een flex-bv. Hiervoor is geen startkapitaal nodig, voorheen moest dat minimaal € 18.000,- zijn. Ook zijn er meer mogelijkheden om een bv naar eigen wens in te richten, vandaar de naam ‘flex-bv’.

Daarnaast is er binnen de gebruikelijk loonregeling een probleem ten aanzien van het vereiste dat de DGA zichzelf niet minder loon kan toekennen dan zijn meest verdienende werknemer. Dit vereiste is destijds in de wet gekomen om het ontlopen van de inkomstenbelasting door DGA’s te voorkomen. Voor de huidige generatie ondernemers is het echter niet ongebruikelijk om in de startfase van het bedrijf minder te verdienen dan sommige werknemers (bijvoorbeeld in het geval van specialistische hoogopgeleide kenniswerkers). Voor het bepalen van een marktconforme beloning zou daarom een ander criterium gezocht moeten worden.

Wij willen de fiscus toegankelijker maken voor startups. Daarom de volgende voorstellen.

Voorstel

  • Voorzie de eerste brief van de Belastingdienst over de btw-aangifte van een toelichting over de werking van het btw-systeem en de mogelijkheden die de Belastingdienst biedt om maatwerk te leveren ten aanzien van de btw-aangifte, zoals aangifte per maand of kwartaal en de mogelijkheden voor uitstel van btw-afdracht of teruggave van afgedragen btw bij niet geïnde facturen.
  • Hanteer voor bedrijven die reeds bekend zijn bij de Belastingdienst en van iedere verdenking gevrijwaard een beperkte maximumtermijn van vier weken voor de btw-teruggave.
  • Onderzoek hoe het vereiste dat een directeur-grootaandeelhouder (DGA) volgens de gebruikelijkloonregeling minimaal hetzelfde moet verdienen als zijn best betaalde werknemer, vervangen kan worden voor een eerlijkere set van criteria om een marktconform loon te bepalen.
  • Voor de langere termijn: Onderzoek of de regelingen rond het afdragen van inkomstenbelasting over ontvangen aandelen als loon voor werknemers van startups versoepeld kunnen worden, door het afrekenen over de aandelen pas na drie jaar te doen. Onderzoek daarbij of en op welke wijze de waardestijging van de aandelen via box drie kan lopen, om zo het risico dat de werknemer van de Startup heeft genomen te belonen. En maak een doorrekening van de financiële gevolgen van een dergelijk systeem.
  • Voor de langere termijn: Maak een doorrekening van de financiële gevolgen en de beleidsmatige consequenties van het wijzigen van het gebruikelijk loon naar het minimumloon voor startups die voor de bv-vorm kiezen voor hun eerste twee jaar. Hierdoor zou een meer gelijk speelveld ontstaan met starters die voor de eenmanszaak of VOF kiezen en daarmee gebruik maken van de startersaftrek. Dit kan worden beperkt tot alleen startups met een S&O-verklaring. Daarmee hoeft het niet te gelden voor de overige aanmerkelijkbelanghouders, waarvoor via het begrotingsakkoord de regeling iets is aangescherpt. De inperking tot startups houdt het budgettaire beslag ook relatief beperkt.